september 28, 2009

Samen onderweg, ja gezellig!

Afgelopen woensdagavond. We zitten in een cirkel, zo dicht bij elkaar dat onze knieën elkaar bijna raken. Een talking circle, vast onderdeel van de Shambhalatraining. Spelregels: praat vanuit je hart, luister vanuit je hart, reageer vanuit je hart. Simpel. Maar toch niet zo erg simpel. Want vanuit je hart betekent: niet denken. Niet denken over wat je gaat zeggen, niet over de indruk die dat zal maken, niet over wat je wilt bereiken.

Terwijl ik de kring rondkijk voel ik hoe dierbaar mijn sangha me is. Een sangha is de vaste club mensen waarmee je langs het spirituele pad wandelt en waar je een commitment mee aan gaat. Formeel is dat mijn Shambhala clubje. Maar wat mij betreft is mijn sangha groter dan dat. Er zijn op twitter een aantal mensen waarmee ik me verbonden voel en gisteren was er weer een ZaZendagje met de sangha in Berlicum. Een aanradertje. Het heeft wel wat, op zondagochtend voor tienen al stevig geknuffeld zijn door een aantal mensen.

‘Turn the light inwards and illuminate yourself’, zei Stefan tijdens zijn dharma talk. Hij gaf daarmee een wijsheid door van Hui-neng (638-713) de 6e patriarch van Zen in China. ‘Hou op met zoeken, alles is er. Je moet het alleen ont-dekken’. Het kijken naar de donkere plekken in je hart – de schaduwen. Weten dat ze er zijn en hoe ze werken waardoor je minder snel in emotionele en psychologische valkuilen dondert. En ook weten dat er zonder donker geen licht is.

Gewoon zitten. Zonder doel en zonder verwachting. Hoe moeilijk kan het zijn? Ahum. Daar gaan we: verveling, een zere kont, slapende benen, wat doe ik hier, helpt dit, waarom doe ik dit, gedachten, emoties, borrelbuik, honger, slaap, jeuk, behoefte aan vluchten, rust, onrust, verbondenheid, eenzaamheid, helderheid, hier en nu, adem. Er is moed voor nodig om te gaan zitten en dat allemaal te ervaren. En dan te blijven. In the middle of the fire…ervarend dat alles veranderlijk en vloeibaar is, iedere emotie of gedachte vluchtig. Je hebt ze, maar bent ze niet.

Ik voel me dus weer een stuk lichter. Gedragen door een eeuwenoude traditie. Verbonden met mensen die hetzelfde pad gaan en met voor het eerst sinds weken het gevoel dat ik er weer ben.

september 1, 2009

Donder en bliksem

Ik heb er zin in! In een stormachtige herfst met veel weeralarmpjes. D’r hoeven geen dooien te vallen, dat dan weer niet, maar een beetje ontwrichting van life as usual zou geen kwaad kunnen in dit navelstaarderige kikkerlandje.  Eigenlijk zou er maar één punt met stip op de politieke agenda moeten staan: klimaatverandering. Letterlijk en figuurlijk. De kwaliteit van het  onderwijs, twee jaar langer doorwerken of niet, de economische crisis – het is slechts geneuzel in het licht van de moeder aller uitdagingen:  de klimaatcrisis. Zorgen dat er in december in Copenhagen een verdrag ligt waar niemand onderuit kan. Wat waarschuwende stormen vooraf kunnen geen kwaad.

Het is wel raar. Die collectieve allergie tegen de onzekerheid van het bestaan. Het altijd alles willen weten. Niet meer overvallen willen worden door een stevige regenbui maar angstvallig rekening houden met een weeralarm. Niet gewoon grieperig zijn en met twee paracetamol je bed in maar dankzij griepalarm preventief aan de gang met Tamiflu en vaccinatie. Zomaar bang zijn voor je moslimbuurman omdat iemand met raar haar inspeelt op angst.

Buiten huilt de wind om het huis maar terug naar de knusse (?) jaren vijftig zit er niet in. Van leven ga je dood, ‘t is niet anders. En voorzover ik weet – maar ik sta open voor andere mogelijkheden – krijg je ook maar een leventje. Om met Michael Jackson te spreken: this is it! Dus laten we het kaf van het koren scheiden. Ons bezighouden met wat echt belangrijk is: klimaatverandering op micro en macro niveau. What the world needs now? Het hart warm, het hoofd koel en de voetjes droog.

augustus 1, 2009

Pas een jaar. Al een jaar.

Nog een week en dan is het een jaar geleden dat mijn broertje stierf. Pas een jaar. Al een jaar. Went het al een beetje? Mwaoh. Er gaat nog steeds geen dag voorbij dat ik niet terugdenk aan onze gesprekken. Geen dag  voorbij zonder dat er een beeld voorbijkomt van die laatste dagen, van zijn sterven. De laatste weken wordt er dagelijks een extra scheutje rouw toegevoegd. Druppen elke ochtend tijdens het mediteren de tranen over mijn wangen. Denk ik terug aan de mensen met wie ik toen intens verbonden was maar nu geen actief deel meer uitmaken van mijn leven.

Door zijn dood is er een hoop omgedonderd. Ik heb een bepaalde onschuld verloren, het onschuldige vertrouwen dat het leven een soort logica heeft. Tegelijkertijd wordt het leven steeds puurder, steeds meer ontdaan van bullshit. Een tocht naar binnen in plaats van te proberen het leven naar mijn hand te zetten en doodongelukkig te worden omdat dat dus never nooit lukt. Pijn blijft, maar het lijden wordt een stuk minder. Dat scheelt een stuk.

En volgende week? Dan gaan we naar zijn grafje, steken de kaarsjes aan, verversen bloemen, praten een beetje tegen hem, aaien over zijn steen en gaan weer verder.

juni 27, 2009

De brug

Ik woon in Almere. Op een steenworp afstand van Amsterdam. Almere is ervoor gemaakt om de woningnood in de Randstad te helpen oplossen.

Ik ben geboren in de Jordaan en opgegroeid in het – nu problematische toen paradijselijke – Amsterdam west. Vanaf het moment dat ik het huis uitging, op mijn 17e, heb ik nooit in een goed Amsterdams huis gewoond. Goede Amsterdamse huizen in een redelijk buurt waren simpelweg te duur. Zeker voor een gezin met twee kinderen. Weg dus. Zoeken. Waterland? Abcoude? Gooi? Te duur. Almere? Ammenooitniet! Het werd Almere. Uit nood. In 1997 verhuisden we. Die eerste ijskoude vriesnacht stonden we op ons dakterras en keken naar de sterren en de komeet Haley. Iets in mij smolt. Misschien kon het wel, thuiskomen in Almere.

Ben ik na 12 jaar Almere thuis? Ja en nee. Ja: in mijn buurt, en in mijn netwerkje, fietsend door het groen. Nee: lopend in de stad, tussen mensen waar ik niets mee heb. Na jaren werken voor en in Almere, forens ik weer. Ga ik een paar keer per week naar hartje Amsterdam naar mijn werkplek in een ‘broedplaats’. Fiets ik dolgelukkig door mijn stad, een stad die me prikkelt en voedt. Iets dat Almere niet doet. Want Almere is nog geen stad. Een stad is namelijk geen numeriek begrip, het is niet het aantal inwoners dat een stad tot stad maakt: het zijn de mensen.

Een echte stad, is een gelaagde stad. Gelaagd in bevolking, gelaagd in sferen. Dat maakt de ziel van een stad. De ziel ontbreekt in Almere omdat gelaagdheid ontbreekt. En dat blijft zo met Amsterdam als concurrent als het gaat om cultuur, ziel en sfeer. Er moet dus een verbinding gelegd worden zodat het kan gaan stromen tussen Amsterdam en Almere. Dat is niet alleen in het belang van Almere, om te voorkomen dat Almere een onbereikbare achterbuurt in de polder wordt. Het is ook in het belang van de rest van Randstad.  Om te voorkomen dat kwetsbare natuurgebieden opgeofferd moeten worden aan wonen en werken.

Er spelen dus twee dingen: de hardware – stenen, economie, infrastructuur. En software: sfeer, gelaagdheid, ziel: mensen. Een IJmeerverbinding dient allebei. Een IJmeerverbinding is hardware en software. Verbindt de oude ziel van Amsterdam met de ruimte van Almere en zorgt dat mensen kunnen wonen en werken.

Onze overburen aan het IJ maken een vergissing door tegen de IJmeerverbinding te zijn en niet met alternatieven te komen. Er moet iets gebeuren, zoveel is duidelijk. De kans is anders levensgroot dat zij zelf een gepeperde rekening krijgen en stevig moeten gaan bouwen.

Er ligt een mooi, liefdevol plan voor de ontwikkeling van de Randstad. Een plan in samenwerking met William mcDonough, de peetvader van Cradle to Cradle. Nederland zou z’n handjes dicht moeten knijpen. Dat zouden Noord Holland en de milieubeweging ook moeten doen. Ik heb zelf ervaren met hoeveel liefde en respect voor mensen en hun omgeving mcDonough en zijn team werken.

De wereld verandert en verandering doet pijn. Een mooi, liefdevol plan voor de ontwikkeling van de Randstad, kan die pijn wegnemen. Sterker nog: van een goede verbinding, op alle niveaus, groeit iedereen. Domweg tegen zijn, beperkt het uitzicht aan alle kanten.

juni 21, 2009

D’r op of d’r onder

Hebben jullie nou ook zo erg? Het gevoel dat het d’r op of d’r onder is. Systemen donderen in elkaar, voldoen niet meer: economie, politiek, onderwijs, religie, klimaat. Antwoorden zijn er niet, vragen des te meer. De wereld kraakt in zijn voegen. De politiek draagt vooral veel doekjes voor het bloeden aan, terwijl mayor surgery aan de orde is om een halt toe te roepen aan vervreemding en verharding.

Aan de andere kant zie  je mensen in hoog tempo wakker worden. Hun eigen werelden creëren buiten bestaande systemen om. Steeds meer mensen werken als digitale nomaden, in losse samenwerkingsverbanden, gebaseerd op passie in plaats van zekerheid. Kiezen voor een leven in plaats van een carrière. Steeds meer mensen worden wakker, keren naar binnen en gaan leven vanuit hun eigen kracht in plaats van te vertrouwen op de kracht van vadertje staat of moeder aarde. We hebben Obama, een nieuw type leider die intelligentie, visie en spiritualiteit combineert.

Ik ben heel erg benieuwd naar waar we over tien jaar zijn. Of we in staat zijn het tij te keren zonder hoge, ondoordringbare dijken om onze samenleving op te trekken. Diep in me gloeit alle vertrouwen van de wereld. Geen vertrouwen in wetenschappers en politici die met oplossingen gaan komen, dat gaat niet gebeuren. Wel vertrouwen in die zachte kracht die steeds meer terrein wint. Met behulp van technologie, dat wel. Het is zo eenvoudig gelijkgestemden te vinden, dingen in beweging te zetten. Kijk naar Twitter en Iran. Of de democratie echt een zetje krijgt, is nog onduidelijk. Maar er is iets in gang gezet en mensen daar weten: we staan er niet alleen voor.

- Wetenschappers hebben bewezen dat het bij verspringen onmogelijk is verder te springen dan 10 meter. Ik luister niet naar zulke praatjes. Dergelijke gedachten hebben de neiging zich in je voeten te nestelen. Carl Lewis, atleet

mei 28, 2009

Helemaal überhip!

Als ik de krantenkoppen van de afgelopen dagen mag geloven ben ik, als jarenlang meditatie beoefenaar, überhip. Een trendsetter. Helemaal hyperdehype. Want: boeddhisme is hot. Steeds meer mensen spoeden zich naar Intratuin om een boeddhabeeldje voor bij de vijver aan te schaffen. ‘De boeddhabeeldjes zijn niet aan te slepen!’ kopte de Volkskrant. Bedrijven gaan niet langer paintballen in een militairistisch aangekleed bos maar gaan klankschalen in kloosters. Met borrel toe. Dat dan weer wel. Mijn zegen hebben ze. Alles beter dan elkaar proberen dood te schieten met verfklodders, lijkt me.

Toch is het een beetje raar gevoel ineens opgetild te worden door een hype. Eigenlijk heb ik daar helemaal geen behoefte aan en ik merk ook dat ik in gezelschap zorgvuldig mijn mond houd als we zweefland naderen. Want, lieve lezers, het is geen picknick, dit pad dat ik gekozen heb. Of, liever gezegd, dat mij gekozen heeft. Ik volg het Shambhala pad met af en toe wat Zen uitstapjes: twee vormen van boeddhisme. Het Shambhala pad heet ‘ de weg van de krijger’. En dat klopt. Het is geen pad recht omhoog, de berg op, waarbij je onderweg geniet van het mooie landschap en gaandeweg alles achter je laat om uiteindelijk op de hoog boven alles verheven top arriveren. Het pad gaat naar beneden, naar de plekken waar het donker is in je ziel. De plekken die bont en blauw zijn. Plekken die bloeden. Plekken die je liever niet wilt zien. Laat staan er een lichtje op zetten om vervolgens aan de nodige reparatiewerkzaamheden te gaan beginnen. Die reparatiewerkzaamheden gaan vaak gepaard met afscheid nemen, los laten. Van gewoontes, van mensen die bewust of onbewust beurse plekken aanraken. Kortom, als de wilde golven van je geest gaan liggen, kun je goed in de diepte kijken en flink schrikken van wat je daar aantreft.

Het levert ook wat op. Het levert heel veel op zelfs anders zou je niet goed bij je hoofd zijn dat pad te bewandelen, lijkt me. De beoefening levert kracht op. Helderheid. Stabiliteit. En als ik sterk, helder en stabiel ben, heeft mijn omgeving daar ook wat aan. Bovendien, ik wandel niet alleen. Ik ben met de andere leden van mijn sangha – mijn wandelmaatjes.

Ik hoop dus erg dat al die mensen die bij de Intratuin een boeddhabeeldje kopen, ook ’s een boek over boeddhisme gaan lezen. Of een filmpje bekijken op YouTube van een van de leraren. En misschien zelfs een cursusje gaan volgen bij een niet-beun. Wat zou de wereld dan mooi worden…

mei 24, 2009

Making the most of life?

Stel. Foutje van de bank. Ineens staat er 4 miljoen op je rekening. Miljonair! Je kunt het niet geloven. Logt uit. Na tien minuten log je weer in. Nog steeds miljonair. Je belt je partner. Kijkt nog eens. Het staat er nog steeds: 4 miljoen. Wat doe je?

Bank bellen? Eerlijkheid voor alles? Maar die banken dan. Zakkenvullers toch over het algemeen. Hebben veel klanten in de problemen gebracht. Rekeningen afgeroomd. Te weinig rente uitbetaald, te veel rente berekend. Die 4 miljoen gaan ze niet missen.

Het gebeurde twee Nieuw Zeelanders die een kleine lening aanvroegen. Hun bank – slogan ‘making the most of life (…) – maakte in plaats van de gevraagde 10.000 NZ dollars maar liefst 10.000.000 over…Het stel aarzelde geen moment en ging er met de poet vandoor. Op naar het Martinileven. Waarheen weet niemand. Met een nieuwe identiteit op een tropisch eiland…Onderduiken in een wereldstad…een uitgestrekt leeg platteland opzoeken. Een ding is zeker: voor eeuwig op de vlucht voor de politie, als een moderne Bonnie & Clyde. Het intrigeert me mateloos. Want hoe zit het met de achterblijvers? Ouders, kinderen, familie, vrienden. Alles wat je lief en bekend is, waar je je identiteit aan ontleent. Kortom: als je in staat bent van het ene op het andere moment uit je leven te lopen, heb je dan wel een leven?

Wel rijk, niet gelukkig. Dat is vrees ik het lot van de Nieuw Zeelandse Bonnie & Clyde. En heimwee waarschijnlijk, naar dat wat je bestaansrecht geeft. Maar misschien vergis ik me. Liggen ze met een cocktail in de hand dolgelukkig naar een azuurblauwe zee te staren. Blij met het grote niets en de kans het leven weer helemaal opnieuw in te kleuren.

Wat zou ik doen? De bank bellen. Met pijn in het hart en scheldend op mezelf. Maar ik zou wel bellen. Hopend op een pittige findersfee van 10% of zo.. . dat dan weer wel. Rijkdom zit inderdaad in making the most of life. Making the most of your own life.

mei 19, 2009

Zit!

“Luister!” lees ik voor.  “The best support for regular and consistent meditation practice is that we enjoy doing it.” “Ahum,” zegt kamergenoot B. “Nou, dat is nu duidelijk even niet het geval. Ik zit er doorheen.”

Het is tien uur ’s avonds. Dag twee van de Zenretreat. En we zitten er letterlijk doorheen. En als B. erdoorheen zit, dan wil dat wat zeggen want zij is vijfentwintig en geeft yoga en is dus jong en lenig. We hebben die dag in totaal zo’n zes uur ‘gezeten’. Alles doet zeer en we vragen ons ernstig af waar we in godsnaam mee bezig zijn. Drie dagen in stilte – behalve als we elkaar op de kamer of badkamer tegenkomen, dan kwekken we wat af. Geen internet of telefoon – nou ja, een heeeeel klein beetje dan. En als die uitlaatklep naar de wereld even dicht gaat, gaat het flink malen in je kop. Dan kom je dingen tegen waarvan je dacht dat ze allang vertrokken waren.

Doodmoe rollen we onze bedjes in om de volgende ochtend om zes uur weer braaf richting zendo te lopen. Waarna een geweldige dag volgt. Zitten zoals zitten bedoeld is. Stevig, als op een troon. In staat de gedachtenstroom soort van te ordenen en van een afstandje te bekijken. Emoties op te laten komen en weer weg te laten ebben. Inzichten te krijgen die zich moeiteloos in hart en geest settelen en daar ruimte maken. ’s Middags delen we. Recht vanuit het hart.

B. en ik houden elkaar stevig vast als we afscheid nemen. “Tot de volgende keer.” Ik neem afscheid van de anderen. Voor even. Want sore ass of niet: we enjoyed it!

mei 15, 2009

shhhhhh…

Ik ga een paar dagen een Zenretreat doen. Wat dat is? Vroeg op, zitten, ontbijten, zitten, lunch, zitten, dienst, eten, zitten, vroeg slapen. Resultaat? Helderheid van hart en geest.

Maandag weer een helder blogje!

mei 12, 2009

In de glasvezel loop…

Een maand of drie geleden stonden lief en ik in de Rotterdamse Kunsthal mooie dingen te bewonderen. Telefoon. Isa: “Mama, er staan twee Polen voor de deur en ze willen drie weken in de meterkast of zo. Wat moet ik doen?” Ah. De glasvezelmannen. Er is gegraven in de tuin. De meterkast ziet er nog ingewikkelder uit dan pre-glasvezel en vervolgens werd het stil.

Gisteren lag er een flyer van KPN in de bus. Ondertekend door Roy. Roy wil graag met ons praten over de mogelijkheden van KPN glasvezel. Roy heeft er ook z’n 06 bijgezet zodat we hem kunnen bellen. Ik wil niet met Roy praten over glasvezel. Ik wil gewoon informatie, weten waar ik aan toe ben. Een brochure, een link, een tweet, een sms’je. Gelukkig staat er een url op de flyer. Kpnglasvezel.nl. Volgens de postcodecheck op de site hebben wij helemaal geen glasvezel. Er staat wel iets over goud, zilver en brons qua abonnement. Dat klinkt duur. En dat is het ook. Brons kost 65 euro, zilver 80 en goud 110 euro per maand. Wat je ervoor krijgt? Nergens te vinden. Wel dat je ‘TV kunt kijken alsof je er zelf bij bent’.

Ik bel met KPN glasvezel klantenservice. Een automatische mevrouw verwijst me door naar de glasvezelwinkel in mijn  buurt. Nummer opzoeken op de site. Een Almeers nummer. Bellen. Krijg exact dezelfde mevrouw aan de lijn die me doorverwijst naar…juistem! Ik zit in een glasvezel loop…

Ligt het nou aan mij, of wordt de wereld steeds maar ingewikkelder? KPN, banken, energiebedrijven, verzekeringen, internetproviders. Blijf zitten waar je zit en verroer je niet. Ga vooral niet praten met Roy of met wie dan ook. De glasvezelwinkel kan niet eens zelf een normale, klantvriendelijke, informatieve site opzetten. Dat riekt naar problemen. Dat riekt naar maandenlang niet kunnen internetten, bellen of TV kijken alsof je er zelf bij bent.

Consument zijn is moeilijk.